Bekendmaking
Algemene subsidieverordening Zoeterwoude 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
- 1.
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a.
- b.
- c.
- d.
- e.
- f.
- g.
- h.
- i.
- j.
voorziening: vermogensbestanddelen voor toekomstige kosten die een periode van twee of meer jaren omvatten, die onvermijdelijk en nu reeds te voorzien zijn, die niet binnen de jaarlijkse exploitatie opgevangen kunnen worden, hun oorzaak in het verleden hebben en kwantificeerbaar en / of berekenbaar zijn;
- k.
- l.
- m.
- n.
- o.
- p.
Artikel 4. Bevoegdheden van het college
- 1.
Het college besluit over het al dan niet verlenen, vaststellen, wijzigen en intrekken van subsidies met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen, het eventuele subsidieplafond en het subsidieprogramma en, als de begroting nog niet is vastgesteld, onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
- 2.
- 3.
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel kan het college subsidie verstrekken aan instellingen die niet over rechtspersoonlijkheid met volledige rechtsbevoegdheid beschikken, indien de aard en omvang van de activiteiten en/of prestaties, waarvoor de subsidie is aangevraagd, in onevenredige verhouding staan met de kosten en/of de tijdsduur, die met het voldoen aan de verplichting om een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid tot stand te brengen, zijn gemoeid. Het college kan ook van de verplichting tot rechtspersoonlijkheid afwijken als de rechtspersoon nog in oprichting is of als een bepaalde subsidieregel bedoeld is voor natuurlijke personen (individuele inwoners).
- 4.
- 5.
- 6.
Hoofdstuk 3 De subsidieaanvraag
- 1.
Een aanvraag voor subsidie wordt geweigerd indien:
- a.
- b.
- c.
- d.
- e.
de doelstellingen, activiteiten, statuten of reglementen van de aanvrager dan wel het beoogde gebruik van de subsidie discriminatie opleveren wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, burgerlijke staat, seksuele gerichtheid, leeftijd, fysieke gesteldheid of op welke grond dan ook. Onder discriminatie wordt in dit verband niet verstaan onderscheid ter opheffing van maatschappelijke achterstand;
- f.
- g.
- h.
Hoofdstuk 5 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 13a. Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger
- 1.
- 2.
De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit altijd de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede betalingen en ontvangsten kunnen worden gecontroleerd. De subsidieontvanger volgt de aanwijzingen die het college in het belang van de in de vorige zin bedoelde vaststelling noodzakelijk acht, op.
- 3.
De subsidieontvanger verstrekt het college die inlichtingen, die de gemeente voor de beoordeling van de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de besteding van de verstrekte subsidie noodzakelijk acht. Onder deze verplichting is begrepen het recht van de gemeente op inzage in de boeken en bescheiden van de subsidieontvanger.
- 4.
- 5.
- 6.
- 7.
Het college verleent de subsidieontvangers, met uitzondering van instellingen die meer dan € 50.000 subsidie ontvangen, vrijstelling van artikel 4.24 van de Awb, waarin de verplichting is opgenomen om tenminste éénmaal in de vijf jaar een verslag te publiceren over de doeltreffendheid en effecten van de subsidie. Het college bepaalt voor welke subsidieontvangers de vrijstelling niet geldt.
Artikel 13b Specifieke voorwaarden voor meerjaren- en jaarlijkse subsidies
- 8.
Het is de subsidieontvanger toegestaan om een algemene reserve (vrij besteedbaar eigen vermogen) te vormen, waarvan de hoogte in een boekjaar niet meer bedraagt dan maximaal 25 % van de subsidie die voor dat boekjaar is verleend.
Het college kan bij een hogere algemene reserve dan 25 %, de definitieve subsidie lager vaststellen.
- 9.
- 10.
- 11.
Hoofdstuk 6 Verantwoording en vaststelling van de subsidie
Artikel 15. Verantwoording en vaststelling subsidies vanaf 5.000 euro
- 1.
Als het verleende subsidiebedrag meer bedraagt dan € 5.000, stuurt de subsidieontvanger ten behoeve van de subsidievaststelling, binnen 4 maanden na afloop van de subsidieperiode waarvoor de subsidie is verleend, het college de jaarstukken met een toelichting. De subsidieontvanger verzoekt het college de subsidie definitief vast te stellen
- 2.
- 3.
- 4.
- 5.
- 6.
- 7.