dinsdag 5 mei 2026
Originele publicatie downloaden:
Type bekendmaking:
algemeen verbindend voorschrift (verordening)



Algemene subsidieverordening Zoeterwoude 2026

De raad van de gemeente Zoeterwoude;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 november 2025;

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet

 

besluit: vast te stellen de

 

ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING ZOETERWOUDE 2026

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

  • 1.

    In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    • a.

      gemeente: de gemeente Zoeterwoude;

    • b.

      college: het college van burgemeester en wethouders van Zoeterwoude;

    • c.

      raad: de gemeenteraad van Zoeterwoude;

    • d.

      éénmalige subsidie: subsidie voor incidentele projecten of activiteiten;

    • e.

      jaarlijkse subsidie: structurele subsidie voor jaarlijks terugkerende activiteiten die per jaar aan een aanvrager wordt verstrekt;

    • f.

      meerjarensubsidie: subsidie die opgenomen is in het meerjarensubsidieprogramma;

    • g.

      eigen vermogen: het verschil tussen de bezittingen (activa) en de schulden (vreemd vermogen van de passiva) op de balans;

    • h.

      algemene reserve: onderdeel van het eigen vermogen, dat vrij besteedbaar is;

    • i.

      bestemmingsreserve: bestanddeel van het eigen vermogen dat bestemd is om in de toekomst uitgaven die zijn verbonden aan beoogde specifieke doelen te kunnen bekostigen, waarbij aannemelijk is dat toekomstige middelen daarvoor tekortschieten;

    • j.

      voorziening: vermogensbestanddelen voor toekomstige kosten die een periode van twee of meer jaren omvatten, die onvermijdelijk en nu reeds te voorzien zijn, die niet binnen de jaarlijkse exploitatie opgevangen kunnen worden, hun oorzaak in het verleden hebben en kwantificeerbaar en / of berekenbaar zijn;

    • k.

      het subsidieprogramma: besluit van het college, waarbij de raad de maximaal beschikbare subsidiebedragen vaststelt;

    • l.

      Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;

    • m.

      de subsidieverlening: het besluit van het college waarbij een voorwaardelijke financiële aanspraak ontstaat op het subsidiebedrag;

    • n.

      het voorschot: de betaling (van een deel) van de subsidie voorafgaand aan de subsidievaststelling;

    • o.

      de subsidievaststelling: het besluit van het college waarin het subsidiebedrag definitief wordt vastgesteld en een recht op uitbetaling ontstaat;

    • p.

      Awb: Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2. Reikwijdte verordening

  • 1.

    Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies op alle programmaonderdelen van de gemeentebegroting, met uitzondering van subsidies waarvoor bij een afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen.

  • 2.

    Voor subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Awb (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is) is deze verordening eveneens van toepassing.

Artikel 3. De vaststelling van het subsidieprogramma

  • 1.

    De voorbereiding van het collegebesluit tot vaststelling van het subsidieprogramma geschiedt op de wijze als bepaald in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2.

    Het college stelt het meerjarensubsidieprogramma vast voor een periode van maximaal vier boekjaren.

  • 3.

    Het college betrekt de ingebrachte zienswijzen bij de voorstellen tot vaststelling van het subsidieprogramma. Het subsidieprogramma wordt tegelijk met de vaststelling van de gemeentebegroting voorgelegd.

Artikel 4. Bevoegdheden van het college

  • 1.

    Het college besluit over het al dan niet verlenen, vaststellen, wijzigen en intrekken van subsidies met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen, het eventuele subsidieplafond en het subsidieprogramma en, als de begroting nog niet is vastgesteld, onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

  • 2.

    Het college verstrekt slechts subsidie aan instellingen, die over rechtspersoonlijkheid met volledige rechtsbevoegdheid beschikken.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel kan het college subsidie verstrekken aan instellingen die niet over rechtspersoonlijkheid met volledige rechtsbevoegdheid beschikken, indien de aard en omvang van de activiteiten en/of prestaties, waarvoor de subsidie is aangevraagd, in onevenredige verhouding staan met de kosten en/of de tijdsduur, die met het voldoen aan de verplichting om een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid tot stand te brengen, zijn gemoeid. Het college kan ook van de verplichting tot rechtspersoonlijkheid afwijken als de rechtspersoon nog in oprichting is of als een bepaalde subsidieregel bedoeld is voor natuurlijke personen (individuele inwoners).

  • 4.

    Het college kan bij nadere regeling (subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen en activiteiten voor subsidie in aanmerking komen en hoe het beschikbare budget wordt verdeeld.

  • 5.

    Het college is bevoegd om nadere verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden.

  • 6.

    Voor zover een in lid 4 van dit artikel genoemde subsidieregeling afwijkt van deze algemene verordening gaat de subsidieregeling voor.

Artikel 5. Staatssteunregels

  • 1.

    Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.

  • 2.

    Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het toepasselijke steunkader.

  • 3.

    Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.

  • 4.

    Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.

  • 5.

    Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komt een onderneming alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.

Hoofdstuk 2 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

Artikel 6. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

  • 1.

    De raad kan subsidieplafonds vaststellen voor het meerjarensubsidieprogramma en jaarlijkse subsidies.

  • 2.

    Bij de vaststelling van een subsidieplafond door de raad wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

  • 3.

    Het college kan binnen de kaders van de gemeentebegroting subsidieplafonds vaststellen voor incidentele subsidies. Het college geeft daarbij aan op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

  • 4.

    Het college maakt een subsidieplafond en de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag voor aanvang van de subsidieperiode bekend.

  • 5.

    Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. In de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Hoofdstuk 3 De subsidieaanvraag

Artikel 7. Aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college met het aanvraagformulier op de gemeentelijke website, tenzij anders overeengekomen.

  • 2.

    Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over:

    • a.

      een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      de doelen en resultaten die met de activiteiten worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;

    • c.

      een sluitende begroting met inkomsten en uitgaven voor deze activiteiten. De begroting bevat ook een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen voor dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

    • d.

      de balans en resultatenrekening van het voorgaande boekjaar.

  • 3.

    Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt stuurt tevens de oprichtingsakte en statuten mee.

  • 4.

    Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.

  • 5.

    Het college kan aan instellingen ten behoeve van de viering van een bepaald jubileum een éénmalige subsidie in de vorm van een jubileumsubsidie toekennen.

  • 6.

    Jubileumsubsidies bedragen bij 10-jarig bestaan € 75, bij 25-jarig bestaan € 150, bij 50- jarig bestaan € 250, bij 75-jarig bestaan € 350 en bij 100-jarige en verdere jubilea met een veelvoud van 25 jaar, € 500.

Artikel 8. Aanvraagtermijnen

  • 1.

    Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt ingediend uiterlijk 1 juni in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2.

    Een aanvraag voor het meerjarensubsidieprogramma wordt ingediend uiterlijk 1 mei in het jaar voorafgaande aan de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 3.

    Het college kan in individuele gevallen afwijken van de termijn in lid 1 en 2.

  • 4.

    Een aanvraag voor een éénmalige subsidie wordt ingediend uiterlijk 8 weken voordat de aanvrager van plan is te beginnen met de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 5.

    Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

Artikel 9. Aanvullende voorwaarden aanvragen meerjarensubsidies

  • 1.

    Vóór 1 april van het jaar voorafgaand aan het nieuwe meerjarensubsidietijdvak nodigt het college de organisaties uit een schriftelijke aanvraag in te dienen voor subsidie over het meerjarensubsidietijdvak dat aanvangt in het komend kalenderjaar.

  • 2.

    De in het eerste lid genoemde uitnodiging zal ook worden gepubliceerd in een plaatselijke krant en/of een huis-aan-huis blad, om organisaties die geen meerjarensubsidie ontvangen, de gelegenheid te geven deze aan te vragen.

  • 3.

    Om in aanmerking te komen voor een meerjarensubsidie moeten organisaties aan de volgende voorwaarden voldoen:

    • a.

      activiteiten verrichten op het gebied van welzijn, sport en cultuur;

    • b.

      ieder jaar ongeveer dezelfde activiteiten verrichten;

    • c.

      beschikken over een meerjarig werkplan of activiteitenprogramma dat aansluit op de meerjarige gemeentelijke beleidsdoelstellingen;

    • d.

      aanvragers zijn bij voorkeur Zoeterwoudse organisaties die vooral met vrijwilligers werken;

    • e.

      aanvragen voor een meerjarensubsidie kunnen alleen worden ingediend wanneer weer een nieuw meerjarensubsidieprogramma wordt opgesteld.

Artikel 10. Beslistermijn

  • 1.

    Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

  • 2.

    Het college beslist op een aanvraag voor een éénmalige subsidie binnen 8 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.

  • 3.

    Het college kan de in het eerste en tweede lid van dit artikel genoemde termijn met ten hoogste 6 weken verlengen. In dit geval stelt het college de aanvrager hiervan tijdig in kennis.

  • 4.

    Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

  • 5.

    Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.

Artikel 11. Weigeringsgronden

  • 1.

    Een aanvraag voor subsidie wordt geweigerd indien:

    • a.

      de verstrekking een steunmaatregel zou vormen die in strijd is met artikel 107 of 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

    • b.

      en voor zover door verstrekking van de subsidie het betreffende subsidieplafond wordt overschreden;

    • c.

      de activiteit(en) waarvoor subsidie wordt aangevraagd naar het oordeel van het college niet of niet in overwegende mate gericht is (zijn) op of niet aanwijsbaar ten goede komt (komen) aan de inwoners van de gemeente;

    • d.

      de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang, de openbare orde, de veiligheid of de gezondheid;

    • e.

      de doelstellingen, activiteiten, statuten of reglementen van de aanvrager dan wel het beoogde gebruik van de subsidie discriminatie opleveren wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, burgerlijke staat, seksuele gerichtheid, leeftijd, fysieke gesteldheid of op welke grond dan ook. Onder discriminatie wordt in dit verband niet verstaan onderscheid ter opheffing van maatschappelijke achterstand;

    • f.

      in de gemeente op een toereikende wijze reeds in de activiteit(en) wordt voorzien dan wel een dubbeling zou ontstaan met (een) activiteit(en) waarvoor de gemeente al subsidie verstrekt;

    • g.

      door de aanvrager niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor de uitvoering van de activiteit(en) waarvoor deze wordt aangevraagd;

    • h.

      de kosten van de activiteit(en) waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet in redelijke verhouding staan tot het te verwachten effect van de activiteit(en).

Hoofdstuk 4 De subsidieverlening

Artikel 12. Beschikking tot subsidieverlening

  • 1.

    De beschikking tot subsidieverlening bevat:

    • a.

      het tijdvak en de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verleend. Als alle activiteiten die in de aanvraag zijn opgenomen onverkort voor subsidieverlening in aanmerking komen, kan in het besluit tot het verlenen van de subsidie kortheidshalve naar deze activiteiten worden verwezen;

    • b.

      het bedrag van de subsidieverlening;

    • c.

      het bedrag van het voorschot en de wijze van betaling. Bevoorschotting vindt plaats in een bandbreedte van 80-100%;

    • d.

      de voorwaarden en verplichtingen waaronder de subsidie wordt verleend;

    • e.

      de wijze waarop de verantwoording over de verleende subsidie door de instelling dient plaats te vinden.

  • 2.

    Het college kan aanvullende voorwaarden en verplichtingen aan het besluit tot subsidieverstrekking verbinden.

Hoofdstuk 5 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 13a. Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1.

    De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend.

  • 2.

    De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit altijd de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede betalingen en ontvangsten kunnen worden gecontroleerd. De subsidieontvanger volgt de aanwijzingen die het college in het belang van de in de vorige zin bedoelde vaststelling noodzakelijk acht, op.

  • 3.

    De subsidieontvanger verstrekt het college die inlichtingen, die de gemeente voor de beoordeling van de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de besteding van de verstrekte subsidie noodzakelijk acht. Onder deze verplichting is begrepen het recht van de gemeente op inzage in de boeken en bescheiden van de subsidieontvanger.

  • 4.

    De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over:

    • a.

      besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;

    • b.

      relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

    • c.

      ontwikkelingen die ertoe leiden dat aan de in de beschikking tot subsidieverlening gestelde voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kan worden voldaan;

    • d.

      wijziging van de statuten, voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon.

  • 5.

    De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 Awb.

  • 6.

    Indien van toepassing verzekert de subsidieontvanger zich tegen schade aan de in zijn eigendom zijnde opstallen en inboedel op basis van nieuwwaarde.

  • 7.

    Het college verleent de subsidieontvangers, met uitzondering van instellingen die meer dan € 50.000 subsidie ontvangen, vrijstelling van artikel 4.24 van de Awb, waarin de verplichting is opgenomen om tenminste éénmaal in de vijf jaar een verslag te publiceren over de doeltreffendheid en effecten van de subsidie. Het college bepaalt voor welke subsidieontvangers de vrijstelling niet geldt.

Artikel 13b Specifieke voorwaarden voor meerjaren- en jaarlijkse subsidies

  • 8.

    Het is de subsidieontvanger toegestaan om een algemene reserve (vrij besteedbaar eigen vermogen) te vormen, waarvan de hoogte in een boekjaar niet meer bedraagt dan maximaal 25 % van de subsidie die voor dat boekjaar is verleend.

    Het college kan bij een hogere algemene reserve dan 25 %, de definitieve subsidie lager vaststellen.

  • 9.

    Van het bepaalde in het vorige lid kan het college afwijken indien gewichtige redenen, gebaseerd op een investeringsplan, tijdelijk een hogere algemene reserve eist of in geval de aard van de subsidieontvanger een hogere algemene reserve rechtvaardigt.

  • 10.

    De besteding van de algemene reserve moet volledig dienen voor de doelen van de subsidieontvanger, die door burgemeester en wethouders worden onderschreven.

  • 11.

    Het is een subsidieontvanger toegestaan bestemmingsreserves en/of voorzieningen te vormen, mits het doel en de onderbouwing de hoogte van de reserve of voorziening rechtvaardigt.

Hoofdstuk 6 Verantwoording en vaststelling van de subsidie

Artikel 14. Verantwoording en vaststelling subsidies tot en met 5.000 euro

  • 1.

    Subsidies tot en met € 5.000 worden door het college:

    • a.

      direct vastgesteld of

    • b.

      ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken na afloop van het boekjaar waarvoor de subsidie is verleend.

  • 2.

    Het college kan aan directe of ambtshalve subsidievaststelling nadere voorwaarden verbinden, zoals het insturen van de jaarstukken en/of een inhoudelijk verslag. In voorkomende gevallen staan deze voorwaarden opgenomen in de beschikking.

Artikel 15. Verantwoording en vaststelling subsidies vanaf 5.000 euro

  • 1.

    Als het verleende subsidiebedrag meer bedraagt dan € 5.000, stuurt de subsidieontvanger ten behoeve van de subsidievaststelling, binnen 4 maanden na afloop van de subsidieperiode waarvoor de subsidie is verleend, het college de jaarstukken met een toelichting. De subsidieontvanger verzoekt het college de subsidie definitief vast te stellen

  • 2.

    Als het college de jaarstukken niet binnen 4 maanden na afloop van de subsidieperiode heeft ontvangen, dient de subsidieontvanger gemotiveerd uitstel aan te vragen waarna uitstel kan worden verleend tot een nader te bepalen datum.

  • 3.

    Als de subsidieontvanger de gevraagde gegevens niet of niet volledig instuurt, kan het college overgaan tot lagere vaststelling van het subsidiebedrag, in het uiterste geval op nihil.

  • 4.

    Subsidieontvangers met een subsidie hoger dan € 50.000, sturen een accountants- of samenstellingsverklaring mee. Bij een subsidieverlening onder de € 50.000 kan in de subsidiebeschikking verzocht worden een accountants- of samenstellingsverklaring te overleggen.

  • 5.

    Subsidieontvangers met een subsidie hoger dan € 125.000 sturen een accountantsverklaring mee met de aanvraag tot subsidievaststelling.

  • 6.

    Het college stelt, binnen 6 maanden na ontvangst van de in artikel 1 genoemde stukken, de subsidie vast.

  • 7.

    Het college kan bepalen dat een ontvanger van een subsidie van meer dan € 5.000 geen jaarrekening als bedoeld in lid 1 hoeft toe te zenden. De subsidie wordt dan ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken na afloop van het boekjaar waarvoor subsidie is verleend.

Hoofdstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 16. Overgangs- en slotbepalingen

  • 1.

    Het college beslist in alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet.

  • 2.

    Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van deze verordening, voor zover een strikte toepassing ervan, gelet op het belang van een goede subsidieregeling, leidt tot onbillijkheid van zwaarwegende aard. Het college motiveert een dergelijk besluit in de beschikking.

  • 3.

    Deze verordening wordt aangehaald als de "Algemene Subsidieverordening Zoeterwoude 2026".

  • 4.

    Deze verordening treedt, na bekendmaking, met ingang van 1 mei 2026 in werking. Deze verordening vervangt de Algemene Subsidieverordening Zoeterwoude 2012 die wordt ingetrokken gelijktijdig met het inwerkingtreden van deze verordening.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 april 2026

de griffier,

de voorzitter,