dinsdag 14 april 2026
Originele publicatie downloaden:
Type bekendmaking:
beleidsregel



Agressieprotocol gemeente Zoeterwoude 2025

De raad van de gemeente Zoeterwoude,

 

gelezen het voorstel van het presidium van 7 mei 2025

 

gelet op de bepalingen van de Gemeentewet en het Reglement van Orde van het Open Huis,

 

Besluit:

 

Het Agressieprotocol gemeente Zoeterwoude 2025 vast te stellen.

 

Inleiding

Raads- en commissieleden en collegeleden (hierna ook wel: leden) moeten in vrijheid hun politieke mening kunnen verkondigen. De gevolgen van agressie en geweld tegen leden zijn ingrijpend voor de persoon in kwestie. Daarnaast wordt de democratie ondermijnd op het moment dat een lid niet in vrijheid zijn stem uit kan brengen of mening kan uiten. Het protocol richt zich nadrukkelijk op de uitvoering van de publieke taak van raads- en commissieleden en collegeleden. Het maakt daarbij niet uit wie het laakbare dan wel strafbare gedrag pleegt. Het kan gaan om een individu, een collectief, een persoon die namens een bedrijf of organisatie handelt, of zelfs een politieke ambtsdrager. Indien het echter gaat over grensoverschrijdend gedrag dat niet gerelateerd is aan de uitvoering van de publieke taak, is dit protocol niet van toepassing.

 

Ter bescherming van alle raads- en commissieleden en collegeleden, en ter bescherming van de lokale democratie, stelt de gemeenteraad van Zoeterwoude in goed overleg met het college van burgemeester en wethouders het volgende vast:

 

Agressie en geweld tegen raads- en commissieleden en collegeleden is onacceptabel en wordt nooit getolereerd.

 

Dit protocol maakt hiervan een heldere vertaling. Het benoemt de rollen en de stappen die worden gezet in voorkomende gevallen. Er is voor gekozen om de te nemen stappen niet aan het betrokken lid (hierna ook wel: de betrokkene) over te laten, maar over te laten nemen door de gemeente, uiteraard met instemming van de betrokkene. In de praktijk blijkt (te) vaak dat bedreigde leden geen aangifte durven te doen of vrezen niet langer waardevrij en conform hun ambtseed of -belofte hun werk te kunnen voortzetten. Het is van groot belang om als collectief een heldere grens te bekrachtigen. Handelen conform dit protocol is dan ook de regel, hoewel de betrokkene altijd een individuele afweging kan en mag maken om geen melding te doen.

 

Gemeente Zoeterwoude geeft een krachtig signaal af om in alle gevallen waarin (mogelijk) strafbare feiten worden gepleegd aangifte te laten doen, met instemming van de betrokkene. Agressie en geweld tegen leden is onacceptabel en wordt nooit getolereerd, de reactie hierop is uniform. Deze eenduidige reactie vormt als het ware een hitteschild dat de leden beschermt en eraan bijdraagt dat zij hun werkzaamheden kunnen blijven uitvoeren.

 

Over een aangifte wordt intern noch extern gecommuniceerd, tenzij dit in het belang van het onderzoek is. Voor afscherming van persoonsgegevens wordt gezorgd, de privacy is nadrukkelijk gewaarborgd. Door deze werkwijze wordt de betrokkene beschermd en uit de wind gehouden. Een voorwaarde daarbij is wel dat de betrokkene, in de rol van benadeelde, zijn volledige medewerking verleent aan het onderzoek.

 

Dit protocol stelt de volgende onderwerpen achtereenvolgens aan de orde:

  • 1.

    Begripsbepalingen

  • 2.

    Basisafspraak

  • 3.

    Melden van grensoverschrijdend gedrag

  • 4.

    Interne maatregelen

  • 5.

    Melding, aangifte en klacht

  • 6.

    Noodgevallen en alarmering beveiliging

  • 7.

    Opvolging na melding en/of aangifte bij de politie

  • 8.

    Communicatie

  • 9.

    Netwerk Weerbaar Bestuur

  • 10.

    Schade, opvang en nazorg

1. Begripsbepalingen

Emotioneel gedrag

Onder emotioneel gedrag wordt verstaan dat een inwoner op een emotionele manier begrip vraagt voor zijn persoonlijke situatie, kritiek geeft op de regels of het beleid van de gemeente, of bijvoorbeeld boos is over een beslissing van de gemeente. Emotioneel gedrag is van korte duur en laat zich corrigeren. Voor dergelijk gedrag kan (enig) begrip worden getoond. Emotioneel gedrag is niet verboden. Boosheid is niet grensoverschrijdend en geen agressie.

 

Grensoverschrijdend gedrag

Onder grensoverschrijdend gedrag verstaan we aanhoudend emotioneel gedrag, aanhoudende boosheid en/of het aanhoudend uiten van beledigingen, zodanig dat het gedrag, ook nadat de veroorzaker erop is aangesproken, niet verandert of juist verergert.

 

Het gedrag is gericht op:

  • het veroorzaken van onbehagen, bijvoorbeeld door belediging, bedreigingen en/of intimidaties;

  • het verstoren van de orde of het op ontoelaatbare wijze beïnvloeden van de taakuitoefening;

  • het veroorzaken van pijn, letsel en/of schade.

Agressie

Onder agressie wordt, in navolging van de Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA), verstaan: lichamelijke en/of verbale agressie, belaging, intimidatie en/of bedreiging gepleegd in of door omstandigheden die verband houden met de uitvoering van de publieke taak. Dit kan gepaard gaan met beschadiging van goederen. Onder agressie wordt in dit protocol ook ieder gebruik van geweld verstaan. Dat wil zeggen: een kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen of zaken.

 

Waar in dit protocol de term grensoverschrijdend gedrag wordt gebruikt, kunnen ook agressie en geweld bedoeld worden.

2. Basisafspraak

De basisafspraak is dat de betrokkene grensoverschrijdend gedrag vanwege zijn functie altijd intern meldt, waarna de vastgelegde handelswijze in dit protocol wordt gevolgd. De afspraken zijn erop gericht om de regie te voeren zodra er sprake is van grensoverschrijdend gedrag tegen raads- en commissieleden en collegeleden.

 

Waar in dit protocol wordt gesproken over raads- en commissieleden en collegeleden, worden ook verstaan oud-raads- en oud-commissieleden en oud-collegeleden, voor zover het grensoverschrijdend gedrag betrekking heeft op hun functioneren als (voormalig) politiek ambtsdrager respectievelijk hun politieke werkzaamheden.

3. Melden van grensoverschrijdend gedrag

Grensoverschrijdend gedrag wordt altijd intern gemeld:

  • Raads- en commissieleden melden incidenten bij de burgemeester en bij diens afwezigheid de griffier. De burgemeester en griffier stellen elkaar direct op de hoogte van de melding.

  • Wethouders melden incidenten bij de burgemeester en bij diens afwezigheid de gemeentesecretaris. De burgemeester en gemeentesecretaris stellen elkaar direct op de hoogte van de melding.

  • De burgemeester meldt een incident bij de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris stelt de griffier hier direct van op de hoogte.

Alle meldingen worden door de griffier en/of de gemeentesecretaris via een meldingsformulier geregistreerd in het zaaksysteem van de gemeente Zoeterwoude. De Wet openbare overheid waarborgt privacy met betrekking tot gevoelige zaken. Worden documenten doorgestuurd, bijvoorbeeld naar een advocaat, dan worden de persoonlijke gegevens afgeschermd.

 

De griffier respectievelijk de gemeentesecretaris bepaalt in samenspraak met de beleidsmedewerker(s) Openbare Orde en Veiligheid wie toegang heeft tot het zaaksysteem. De resultaten van de registratie van incidenten worden, zonder vermelding van persoonsgegevens, gebruikt ten behoeve van het Jaarverslag Agressieprotocol. De griffier en gemeentesecretaris verstrekken jaarlijks, mede namens de burgemeester, een Jaarverslag Agressieprotocol, waarin een geanonimiseerd overzicht gegeven wordt van de cijfers en kengetallen met betrekking tot dit agressieprotocol.

4. Interne maatregelen

Na iedere interne melding wordt besproken welke maatregelen tegen de veroorzaker worden genomen. De beleidsmedewerker(s) Openbare Orde en Veiligheid en de beleidsmedewerker(s) Juridische Zaken van de gemeente zijn beschikbaar voor ondersteuning.

 

Naargelang de ernst van het grensoverschrijdend gedrag (en/of als sprake is van herhaald gedrag) kan de gemeente:

  • de persoon mondeling of schriftelijk waarschuwen;

  • de persoon (tijdelijk) in dienstverlening beperken of (tijdelijk) de toegang ontzeggen tot een gebouw/terrein of diegene uit een gebouw/van een terrein (laten) verwijderen*;

  • de persoon oproepen voor een (orde‐ of herstel)gesprek met een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de gemeente over het ongewenste gedrag;

  • het voorval melden bij de politie (als het gedrag niet strafbaar maar wel grensoverschrijdend is, dan kan melding worden gedaan bij de politie, zodat het incident in ieder geval bekend is);

  • aangifte doen bij de politie;

  • andere maatregelen treffen, naargelang de omstandigheden.

*De burgemeester, het college en de raad zijn altijd bevoegd om een burger te verzoeken een gebouw/terrein te verlaten en mondeling de toegang tot een gebouw/terrein te ontzeggen. Een schriftelijke ontzegging voor een bepaalde tijd is een besluit van de burgemeester. Als hier geen gehoor aan wordt gegeven, dan wordt de politie daar direct van in kennis gesteld en is er sprake van een strafbaar feit (huisvredebreuk) waarvan aangifte zal worden gedaan.

 

Maatregelen kunnen worden toegepast na iedere (interne) melding, ook als wordt besloten dat van een incident melding of aangifte wordt gedaan bij de politie. De maatregelen die door de gemeente worden genomen jegens de veroorzaker, worden indien mogelijk meteen bij de melding of aangifte aan de politie doorgegeven en anders zo spoedig mogelijk na het nemen van deze maatregelen.

5. Melding, aangifte en klacht

Grensoverschrijdend gedrag kan strafbaar zijn. Het is van groot belang dat van mogelijk strafbaar gedrag zo snel mogelijk aangifte wordt gedaan of dat er een klacht over wordt ingediend. In het geval van belaging geldt namelijk een termijn van drie maanden waarbinnen een klacht ingediend moet zijn.

 

Het registreren van incidenten geeft inzicht in de aard, de vorm en de mogelijke toe- of afname van incidenten binnen de gemeente Zoeterwoude, en vormt een basis voor de te nemen (preventieve) maatregelen. Het registreren van incidenten is tevens belangrijk, mogelijk op een later moment, voor aangifte bij de politie en/of het verhalen van mogelijke schade.

 

Voorbeelden van mogelijk strafbaar grensoverschrijdend gedrag zijn:

  • beledigingen, het uiten van (doods)bedreigingen;

  • bedreigingen met represailles, het bedreigen (ook van familieleden) en uitvoeren van dreigementen;

  • schoppen, spugen en andere fysieke agressie;

  • letsel toebrengen en/of materiële schade veroorzaken, gedrag dat anderen in gevaar brengt;

  • achtervolgen, opbellen, e-mailen, laster (ook via social media), smaad, toezenden van (ongewenste) cadeaus, belaging/stalking.

Algemene regels

  • 1.

    Een bedreigd of belaagd raads-, commissie- of collegelid meldt dit altijd aan de burgemeester. Bij diens afwezigheid informeren de raads- en commissieleden de griffier en de collegeleden de gemeentesecretaris.

  • 2.

    De burgemeester informeert het Openbaar Ministerie (OM) en de politie hier zo spoedig mogelijk over.

  • 3.

    De burgemeester agendeert elke melding van agressie in de eerstvolgende vergadering met OM en politie (lokale driehoek).

  • 4.

    Zo spoedig mogelijk na de melding volgt een gesprek met het bedreigde dan wel belaagde lid en een daartoe gespecialiseerde politieambtenaar, die vaststelt of er sprake is van strafbare feiten. Vooraf kan het OM hierover geraadpleegd worden.

  • 5.

    Ook wanneer het betrokken lid twijfelt of er sprake is van grensoverschrijdend gedrag, is het altijd mogelijk om contact op te nemen met de burgemeester, griffier en/of gemeentesecretaris. Vervolgens wordt bepaald of en zo ja, welke vervolgstappen nodig zijn. Via de beleidsmedewerker(s) Openbare Orde en Veiligheid kan maatwerk geleverd worden, bijvoorbeeld als er zorg nodig is. Ook kan duidelijk worden dat er geen nazorg nodig is.

  • 6.

    Als er sprake is van strafbare feiten doet de gerechtigd vertegenwoordiger van de gemeente daar in alle gevallen aangifte van, met instemming van de betrokkene. Daarbij wordt materiële en/of immateriële schade altijd verhaald als de dader bekend is. Betreft het belaging, dan dient de betrokkene, als hij daartoe besluit, binnen drie maanden zelf een klacht in. De griffier respectievelijk de gemeentesecretaris ondersteunt de betrokkene daarbij.

  • 7.

    Over de aangifte of klacht wordt niet gecommuniceerd, tenzij de betrokkene daar ten behoeve van het onderzoek mee instemt.

  • 8.

    De betrokkene wordt juridisch als benadeelde beschouwd.

  • 9.

    De betrokkene verleent als benadeelde volledige medewerking aan het politieonderzoek.

6. Noodgevallen en alarmering beveiliging

Wanneer er zich een noodgeval voordoet, belt de bedreigde altijd 112. De bedreigde geeft aan waar zij/hij zich bevindt en (indien mogelijk) wat de situatie is. Zolang de dreiging duurt en de bedreigde niet weg kan komen, staat de eigen veiligheid voorop. De bedreigde doet voor zover mogelijk wat de bedreiger vraagt en laat dit uit houding en gedrag blijken. De bedreigde probeert kalm te blijven en de bedreiger niet te provoceren (met een grapje, onverwachte beweging, etc.). De bedreigde draagt zo mogelijk zorg voor alle informatie die kan leiden tot een snelle aanhouding van de verdachte.

7. Opvolging na melding en/of aangifte bij de politie

Het OM wordt, indien het nog niet in een eerdere fase is betrokken, in het geval van een melding of aangifte van bedreiging door de politie op de hoogte gebracht. Daarbij geldt het volgende onderscheid:

  • Bij bedreiging van een persoon ligt de verantwoordelijkheid voor de beslissing over het treffen van beveiligingsmaatregelen, in het kader van de strafrechtelijke handhaving en het bewaken en beveiligen, bij de Hoofdofficier van Justitie. De politie doet voorstellen over de te nemen maatregelen (artikel 1 lid 2 Politiewet, aanwijzing beveiliging van personen, objecten en diensten).

  • Bij bedreiging van de burgemeester blijft de Hoofdofficier van Justitie verantwoordelijk en kan worden overlegd met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Als de burgemeester het slachtoffer is wordt tevens de Commissaris van de Koning op de hoogte gebracht.

De werkgever is verplicht de Arbeidsinspectie binnen 24 uur na het incident te waarschuwen, ook als er sprake is van een zogenaamd “fictief dienstverband”. De Arbeidsinspectie wordt binnen 24 uur gewaarschuwd door de gemeentesecretaris of de griffier, en bij hun afwezigheid de burgemeester, als er sprake is van een ernstig incident waarbij een lid lichamelijk en/of geestelijk letsel oploopt, in het ziekenhuis moet worden opgenomen, blijvende schade aan de gezondheid overhoudt of aan de gevolgen overlijdt. De gemeentesecretaris en griffier zorgen voor een terugkoppeling naar de betrokkene en aan de gemeenteraad over de strafrechtelijke vervolging en de resultaten daarvan.

 

Nazorg

Nazorg is belangrijk. De betrokkene – en indien nodig ook de directe familieleden en collega’s – mag uitgaan van ondersteuning tijdens en na een incident van agressie en geweld. Een wethouder wordt opgevangen door de burgemeester of bij diens afwezigheid de gemeentesecretaris. Een raads- of commissielid wordt opgevangen door de burgemeester of bij diens afwezigheid de griffier.

De benodigde hulp wordt georganiseerd door de burgemeester en griffier respectievelijk de gemeentesecretaris. Zij kunnen altijd deskundigen om hulp vragen.

 

Voor eventuele psychosociale nazorg kunnen leden contact opnemen met het Instituut voor Psychotrauma (ARQ IVP), tijdens kantooruren te bereiken op 020 - 840 76 20 en buiten deze tijden onder alarmnummer 088 - 33 05 112. Ondersteuning via het IVP kan vaak (deels) worden vergoed door de eigen zorgverzekeraar.

8. Communicatie

De burgemeester is ten overstaan van de gemeenteraad (al dan niet vertrouwelijk) woordvoerder als het gaat om bedreiging van één of meer raads-, commissie- en/of collegeleden. De burgemeester kan zich desgewenst laten bijstaan door de Gebiedsofficier van Justitie. Als de burgemeester direct betrokken is wordt de handelwijze in overleg met de burgemeester, de locoburgemeester en eventueel de Commissaris van de Koning bepaald.

 

Met instemming van het slachtoffer wordt het incident via een fractieoverleg c.q. collegevergadering bekendgemaakt. De deelnemers aan het fractieoverleg kunnen de leden van hun fractie erover informeren, met inachtneming van een eventueel vertrouwelijk karakter van het incident. Vertrouwelijkheid wordt, voor zover van toepassing, altijd in acht genomen. In het geval van voortdurende dreiging is het van groot belang dat niemand uitspraken doet die kunnen leiden tot verhoging van veiligheidsrisico’s.

 

Zodra er een strafrechtelijk onderzoek is begonnen, ligt de woordvoering bij het OM. Communicatie en contact met de pers wordt overgelaten aan het OM in samenspraak met de burgemeester en de politie. Over een eventuele communicatieboodschap bij een ernstige (be)dreiging stemt een adviseur van de gemeente altijd af met de afdeling Voorlichting van het Openbaar Ministerie. Getroffen (politionele) maatregelen in de publieke ruimte worden nooit naar de pers gecommuniceerd. Afspraken over woordvoering worden altijd in acht genomen.

9. Netwerk Weerbaar Bestuur

Circa de helft van politieke ambtsdragers krijgt te maken met bedreiging en intimidatie, zo rapporteert het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Dat heeft natuurlijk een grote impact. Niet alleen op de politici zelf, maar ook op de mensen in hun directe omgeving. Bedreiging en intimidatie laat niemand onberoerd. Dergelijk ongewenst gedrag tast ook, vaak onbewust, de manier waarop beslissingen in het werk tot stand komen aan. Onzekerheid over eventuele gevolgen maakt het lastig om de situatie met anderen te bespreken. Een isolement is vaak het gevolg.

 

Het Netwerk Weerbaar Bestuur, waarbij onder meer het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Justitie en Veiligheid zijn aangesloten, spant zich door middel van bewustwording, voorlichting, ondersteuning en nazorg in voor een weerbaar bestuur, voor decentrale bestuurders en volksvertegenwoordigers (zie www.weerbaarbestuur.nl).

10. Schade, opvang en nazorg

Het kan zijn dat er schade is geleden door de gemeente, is aangebracht aan persoonlijke eigendommen van de betrokkene, en/of dat er aanvullende kosten moeten worden gemaakt (bijvoorbeeld medische). Los van de vraag of de gemeente of de betrokkene verzekerd is voor de schade, is het uitgangspunt dat schade zoveel mogelijk wordt verhaald op de veroorzaker. Hiervoor kan contact opgenomen worden met de afdeling Juridische Zaken van de gemeente Zoeterwoude.

 

Voor juridische ondersteuning kan men zo nodig contact opnemen met de beleidsmedewerker(s) Openbare Orde en Veiligheid. De beleidsmedewerker Openbare Orde en Veiligheid kan via de juristen van de gemeente Zoeterwoude advies en hulp krijgen. De juristen kunnen de benadeelde zo nodig bijstaan bij voeging ter terechtzitting. Ook kan een rol gespeeld worden door Slachtofferhulp (www.slachtofferhulp.nl) en/of het Netwerk Weerbaar Bestuur.

 

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 26 juni 2025,

de griffier,

G.J. Buijs

de voorzitter,

F.Q.A. van Trigt