Bezwaar en beroep

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een natuur­lijke of rechtspersoon, wiens belang rechtstreeks is betrokken bij een besluit van een gemeentelijk bestuursorgaan (bijvoorbeeld de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester) bezwaar of beroep instellen.

Indien u dit wenst te doen, dient u de onderstaande - in de Awb voorgeschreven - procedure te volgen. Hierbij is vertegenwoordiging door een advocaat en/of procureur niet ver­plicht. 

Procedure bij een bezwaar- of beroepschrift

  • U dient binnen zes weken na de dag van toezending of uitreiking van het besluit, waardoor u zich in uw belang getroffen acht, een bezwaarschrift in te dienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Hieraan en aan de behandeling van het bezwaarschrift zijn geen gemeentelijke kosten verbonden. Na indiening van een bezwaarschrift wordt de ontvangst daarvan schriftelijk bevestigd.
  • Indien na een volledige heroverweging het besluit op een bezwaarschrift als bedoeld onder 1. is genomen, kunt u binnen zes weken na de dag van toezending of uitreiking van het besluit beroep instellen bij de arrondissementsrechtbank, sector bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
  • In geval uw zaak naar uw oordeel een spoedeisend karakter heeft, kunt u de rechtbank verzoeken uw beroep versneld te behandelen. Voor de indiening van een beroepschrift zijn griffierechten verschuldigd, die afhankelijk van het soort besluit en afhankelijk van het feit of u een natuurlijk- of rechtspersoon bent, variëren. Over de betaling hiervan krijgt u instructies van de rechtbank.

Procedure bij een voorlopige voorziening

Wanneer u een bezwaarschrift heeft ingediend bij het betreffende bestuursorgaan dan wel beroep heeft ingesteld bij de rechtbank kunt u tevens bij de Voorzieningenrechter van de arrondissementsrechtbank verzoeken een voorlo­pige voorziening te treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 

Inhoudseisen

Een bezwaarschrift, beroepschrift of een verzoek om een voorlopi­ge voorziening moet in ieder geval de volgende elementen bevat­ten:

  • de naam en het adres van de indiener;
  • de dagtekening;
  • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift, beroepschrift of verzoek om voorlopige voorziening is gericht;
  • de gronden van het bezwaar of beroep of verzoek om voorlopige voorziening;
  • specifiek bij een verzoek om voorlopige voorziening: een afschrift van het bezwaarschrift of beroepschrift